Alles voor Niets

Gepubliceerd op 29 mei 2026 om 11:20

Het inzenden van je manuscript naar een uitgeverij is altijd weer spannend. Je hebt bloed, zweet en tranen vergoten om je kindje zo mooi mogelijk op de wereld te zetten. Nu kun je “alleen nog maar” wachten op het oordeel. Wat als het wordt afgewezen? Was al dat werk dan voor niets? Lees in dit korte, komische verhaal wat dit bij een onzekere schrijver teweeg kan brengen.

Alles voor Niets

Eindelijk is het dan zover: mijn manuscript is klaar om naar de uitgever te sturen. Met bevende handen typ ik het begeleidende mailtje. Ik heb bewust het veld “aan” nog blanco gelaten; het zal me toch niet gebeuren dat ik op verzenden klik, zonder de zorgvuldig samengestelde bijlagen bij te voegen? Tenslotte heb ik daar veel tijd in gestopt. Het had overigens drie keer sneller gekund als ik niet, gedreven door een met perfectionisme gepaarde onzekerheid, elk document tot in den treure had gecontroleerd op fouten. Na nog een laatste controle vul ik het emailadres in en... open nogmaals de bijlagen, waarbij ik van de gelegenheid gebruik maak om mijn biografie letterlijk en figuurlijk nog wat aan te dikken. Een uur later maak ik eindelijk een einde aan mijn lijden en klik op “verzenden”. Het wachten op een reactie is begonnen.
Zo tevreden als een perfectionist kan zijn, leun ik achterover.
‘Weet je zeker dat je niets vergeten bent?’ roept een irritant stemmetje in mijn hoofd. Pas na enkele glaasjes whisky fluistert het, met een dubbele tong, geruststellingen: ‘Laat het los, het is een geweldig manuscript, een synopsis waar VWO-leerlingen in de toekomst een moord voor zullen doen, en een indrukwekkende biografie... Kat in het bakkie!’ Vol Dutch courage duik ik mijn bed in.

Net op het moment dat ik een hap wil nemen van de soep die mijn vriendin heeft gekookt, hoor ik een melodietje dat me vaag bekend voorkomt. Het duurt even voordat ik besef dat het de ringtoon van mijn mobieltje is - ik word niet vaak gebeld. Het ding ligt, buiten mijn bereik, op de zitbank, waar we normaal gesproken ons avondeten naar binnen werken, een gewoonte die erin is geslopen. Behalve als we soep eten: mijn handen zijn niet vuurvast en beven bijna onophoudelijk, wat samen met een flinke dosis onhandigheid een recept is voor ellende.
Ooit aten we dagelijks met romantisch kaarslicht aan de eettafel, maar toen het aansteken van de kaarsen veranderde in een irritante extra handeling bij het tafeldekken, stapten we over op wat we aanvankelijk beschouwden als het begin van het einde van een relatie: tv-dinners! Dat zou ons nooit gebeuren... Gelukkig zijn we nog steeds gek op elkaar, elke avond soep is geen evenwichtige voeding en ook geen redmiddel voor een onevenwichtige relatie.
‘Laat dat ding toch,’ zegt ze, op een toon die me even doet twijfelen aan de wederkerigheid van onze liefde.
Hadden we maar soepkommen met oren, denk ik, dan zaten we nu gewoon op de bank voor de tv, met mijn mobiel binnen handbereik. Ik neem me voor om ze op mijn verlanglijstje te zetten, wat ik waarschijnlijk weer zal vergeten. Ik vergeet wel vaker iets, met name mijn telefoon...
Mijn nieuwsgierigheid wint het van het risico op koude soep en een koud bed. ‘Misschien is het belangrijk,’ mompel ik, en sta op van tafel.
‘Je doet maar, het zal wel weer zo’n buitenlands nummer zijn. Niet te snel opnemen, hè, fisherman’s friend!’
Ik negeer haar sneer: ‘Met Rein.’
‘Goedenavond, spreek ik met de auteur?’ vraagt een vrouwenstem. Zo hardop uitgesproken klinkt "auteur" tamelijk belachelijk.
‘Eh, u spreekt met Rein Menke.’
‘De schrijver dus.’ Dat klinkt wat beter, ondanks de geringschattende toon die ik meen te horen. ‘Ik bel namens Uitgeverij Boekenboer. We hebben uw manuscript ontvangen.’ Even overweeg ik om te vragen of de bijlagen er ook bij zaten, maar ze gaat al verder: ‘Ik heb het doorgenomen, heeft u even tijd?’
Mijn pessimistische ik verdraait haar woorden vakkundig: ‘Doorgeworsteld,’ galmt het door mijn hoofd. Ik probeer hem te negeren door haar te vragen wat ze ervan vond. Domme vraag natuurlijk, ze belt niet om me op te lichten met de een of andere phishing-truc.
‘Het is een hele pil,’ zegt ze.
‘En het is zeker geen paracetamol,’ echoot de pessimist in mij sarcastisch, ‘ik heb er een knallende koppijn aan overgehouden.’
‘Voor een debuterende, eh, schrijver is het nogal lijvig.’
Tandenknarsend slik ik mijn reactie in. Heeft ze mijn biografie niet gelezen, waarin ik mijn eerste, twéédelige roman uitvoerig beschrijf? ‘Misschien had je die beter wat korter gehouden,’ fluistert het stemmetje in mijn hoofd.
‘Amateurs denken wel vaker dat een boek pas goed is als het dik is. Maar goed, dat hoeft geen probleem te zijn, als het thema interessant genoeg is.’
‘Dan zult u blij zijn dat mijn roman geschreven is vanuit het perspectief van een jongen die psychische problemen heeft, en ook nog eens...’
Ze onderbreekt mijn optimistische opwelling: ‘Ik bedoel dat het boek wel geld in het laatje moet brengen.’
‘Nou, daar doe ik het niet voor.’
‘Dat verbaast me niets, maar wij zijn een commercieel bedrijf. Als we de klok een jaar of vijftig terug konden draaien, was het een ander verhaal. Tegenwoordig leest men liever eenvoudige boeken.’
‘Dan kan ik dus beter kinderboeken gaan schrijven,’ zeg ik nukkig.
Onverstoorbaar begint ze een uitgebreid verhaal over welke boeken goed verkopen. Kennelijk is mijn sarcasme haar ontgaan, maar haar woorden dringen wel degelijk tot mij door. Met stomheid geslagen luister ik naar haar suggesties. ‘Bent u ziek?’ vraagt ze, nadat ze mijn stilzwijgen bemerkt. Mijn onderkaak valt nog wat verder open en wordt opgevangen door mijn mobiele telefoon. ‘Boeken van ervaringsdeskundigen over allerlei vreselijke ziektes zijn ook erg populair.’
‘Daar is niks mis mee,’ zeg ik, nadat ik mijn kinnebak weer op de juiste plaats heb geduwd. ‘Het is goed dat die er ook zijn.’ Terwijl ik me afvraag wie in hemelsnaam zit te wachten op een huilverhaal van een gammele gek met een prostaat als van een olifant, realiseer ik me dat mijn opmerking verkeerd kan worden opgevat. ‘De boeken, ik bedoel natuurlijk de boeken,’ zeg ik haastig.
‘Ja, die ook. Maar zoals ik al zei, we zijn een commercieel bedrijf. Heeft u niet toevallig een ernstige aandoening in de pen?’
‘Ik hou niet zo van dat soort verhalen.’
‘Ik bedoelde eigenlijk of u iets onder de leden heeft dat zou kunnen dienen als thema voor een roman. In dat geval zou ik, gezien uw manuscript, bereid zijn te overwegen u een tweede kans te bieden. U heeft wel enig schrijftalent, misschien dat u onder begeleiding van een schrijfcoach iets kunt schrijven waar onze redacteur wat mee kan.’
De moed zinkt me in de schoenen. Ik lijd weliswaar niet aan een terminale ziekte, maar voordat ik kan voldoen aan haar eisen ben ik waarschijnlijk al overleden aan de “Ziekte van Op”. En anders is er tegen die tijd wel weer een ander genre in de mode. ‘Laten we dit gesprek dan maar beëindigen,’ zeg ik beteuterd. ‘In ieder geval bedankt voor uw tijd.’
‘Wacht nog even,’ roept ze tot mijn verbazing. ‘Heeft u al eens overwogen om te schrijven over sterke vrouwen? Succes verzekerd, zou ik haast durven stellen.’
Juist op dat moment hoor ik iemand opzichtig kuchen. Het is mijn vriendin die me vanachter de eettafel boos aankijkt. Ze maakt met haar hand een snijdende beweging langs haar keel, ten teken dat ik op moet hangen. Althans, dat hoop ik.
‘Het spijt me. Ik ben al zeventien jaar ervaringsdeskundige op dat gebied, lang genoeg om te weten dat ik het gesprek nu moet beëindigen, voordat mijn vriendin me alle hoeken laat zien.’ Ik hang op, maar het kuchen neemt alleen maar toe. ‘Het spijt me!’ roep ik nogmaals, nu tegen mijn vriendin.

Ik schrik wakker. Mijn vriendin ligt naast me te hoesten als een mijnwerker. ‘Moet ik een glaasje water voor je halen, lief?’ vraag ik bezorgd, terwijl ik het schemerlampje aandoe.
‘Graag,’ blaft ze moeizaam.
Even later sta ik in de badkamer voor de spiegel. Nog meer dan anders kijk ik misprijzend naar mijn kippenborst en magere armpjes. Geen partij voor mijn mooie, sterke vrouw. Het was maar een droom, denk ik opgelucht.
Terug in bed lig ik in het donker naar het plafond te staren. De droom heeft mijn onzekerheid over mijn manuscript weer aangewakkerd. Wat als het wordt afgewezen? Dan is alles voor niets geweest. Al het werk, al de voorbereidingen, de promotie... Naast me hoor ik mijn lief zachtjes ademen. Gelukkig, ze slaapt.

Opeens laat haar aanwezigheid me het  licht zien. Alles voor niets? Wat een onzin! Schrijven is niet alles. Ooit dacht ik dat muziek alles was, totdat ik besefte dat alleen liefde dat kan zijn. Mijn liefde voor mijn sterke vrouw. Zonder haar zou er pas werkelijk niets zijn. Schrijven is maar schrijven: geweldig om te doen, met of zonder succes. Maar als al dat werk voor niets blijkt te zijn, dan heb ik nog altijd alles.

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Fijn als je dit verhaal wilt delen door te klikken op onderstaande icoontjes. En voel je vrij om een reactie en/of sterrenbeoordeling te plaatsen, ik ben benieuwd naar je mening!

Je emailadres wordt niet getoond. Je kunt je reactie altijd weer laten verwijderen via de contactbutton onderaan de pagina.

Klik op de afbeelding voor volledige weergave.
© Rein Menke gemaakt met AI


Schrijf je in en blijf op de hoogte van nieuwe verhalen!

Beoordeel dit Verhaal

Rating: 5 sterren
3 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

sjacco
8 dagen geleden

Wat wil een sterke vrouw nog meer met zo'n geweldige schrijver naast zich?? ;-)

Rein
8 dagen geleden

Een rijke, jonge, gespierde kerel met een kale kop? 😉
Nee hoor, ik heb mazzel. Bedankt voor je compliment.
😘

Jos
7 dagen geleden

Mooie verrassende wending in het verhaal en een héél wijze conclusie!!!

Rein
6 dagen geleden

Dankjewel Jos!