De meeste dingen degenereren in de loop van de tijd, maar natuurlijk zijn er uitzonderingen, zoals wijn, whisky en gitaren. Helaas gaat deze regel ook voor mij op: mijn lichaam en geest zingen dagelijks “My Degeneration”, hun eigen versie van de hit van The Who. Alles gaat langzamer en moeizamer.
Zo vergde het schrijven van mijn nieuwe, nog niet uitgegeven roman “In het Oog van de Storm”, meer tijd dan “De Vlucht van de Raaf”, en dat terwijl mijn debuut ongeveer drie keer zo dik was. Maar is vadertje tijd de enige schuldige? Lees het hieronder.
_______________________________________________
Schrijven als 60-plusser
Eindelijk heb ik de eerste versie van het manuscript voor mijn nieuwe roman voltooid. De eerste versie... Dat geeft al aan dat er nog een hoop gedaan moet worden voordat “In het Oog van de Storm” zal verschijnen. Momenteel zijn mijn proeflezers bezig het verhaal kritisch te lezen. De eerste heeft het al uit en ze was erg enthousiast! Het zegt nog niet zoveel natuurlijk, maar het is toch altijd fijn als iemand je enthousiasme over je nieuwe creatie deelt, en als er één schaap over de dam is... Waarmee ik overigens niet wil beweren dat betreffende lezeres een schaap zou zijn.
Hoe dan ook, de komende periode zal de praktische kant van het schrijven tijd gaan opeisen ten koste van de creatieve kant, tijd die ik eigenlijk liever besteed aan een volgende roman. Ik sta te popelen om daaraan te beginnen, maar inmiddels heb ik geleerd dat ik daar beter nog even mee kan wachten.
Toen ik het manuscript voor “De Vlucht van de Raaf” af had, ergens in het najaar van 2023, dacht ik mezelf wat afleiding te bezorgen door alvast met “In het Oog van de Storm” te beginnen. Corrigeren en dergelijke, laat staan de perikelen waarmee het daadwerkelijk uitgeven gepaard gaat, zijn nu eenmaal niet mijn favoriete onderdelen van het schrijversvak. Daarbij kwam dat mijn hoofd al vanaf februari 2023 borrelde van de ideeën die nodig uitgewerkt moesten worden, voordat ze zouden vervliegen in de mist, veroorzaakt door al die andere borrels.
Eind van dat jaar begon ik dan ook vol goede moed aan wat toen nog “Het Oog van de Orkaan” als titel had, maar die moed zonk me al snel in de schoenen, zeker toen ik me met de promotie van “De Raaf” moest gaan bezighouden. Terwijl tijdens het schrijven van mijn eerste roman mijn vingers nauwelijks de woordenstroom uit mijn overvolle hoofd konden verwerken - en volgens mijn vader heb ik een behoorlijke knar - was mijn schrijftempo nu een stuk lager. Op het moment dat de snelheid van mijn toetsenbordaanslagen me deed denken aan mijn eerste typeles gaf ik het op. Gelukkig was ik zo wijs geweest om dit keer wél een uitgebreide plot te schrijven, want ik hervatte het schrijven pas weer in september 2024, nadat deel twee van De Vlucht van de Raaf was verschenen.
Langzaam maar zeker kwam de flow weer op gang, maar het was niets vergeleken met de woordenwaterval die in 2020 uit mij stroomde. In vier jaar tijd was die verworden tot een moeizaam gedruppel, net als mijn dagelijks gezeik. Ja, in vier jaar kan er een hoop veranderen. Denk maar aan het iele ventje dat altijd gepest werd, en na jaren in de sportschool wraak neemt. Helaas hebben mijn genen, of God, al naargelang je gezindheid, bepaald dat ik geen enkele aanleg heb voor het ontwikkelen van spiermassa. Al trainde ik tot Sint Juttemis, het enige dat in omvang toenam was mijn prostaat: die groeide als kool.
Wat sinds begin 2020 ook is veranderd is mijn geheugen. Ik heb het hier al vaker over gehad (zie “Schrijven of de Max Geheugentrainer?”), maar dat is inmiddels een extra snelheidsbeperking. Waar ik destijds nog beschikte over een ingebouwd lexicon, word ik tegenwoordig steeds afhankelijker van online woordenboeken, om de zoektijd naar met name synoniemen te beperken.
Het is niet anders. Het is maar goed dat snelheid bij het schrijven nog steeds van ondergeschikt belang is, tenzij er een geldbeluste uitgever in je nek loopt te hijgen, een luxeprobleem dat ik nog niet heb. Dat kan zomaar veranderen als deze traag geschreven roman toch een bestseller wordt. Wat dan? Ach, tegenwoordig zeik ik weer als vanouds de koeien van de dijk, dus tegen die tijd zal zich daar ook wel weer een oplossing voor aandienen.
_______________________________________________
Fijn als je dit artikel wilt delen door te klikken op onderstaande icoontjes. En voel je vrij om een reactie en/of sterrenbeoordeling te plaatsen, ik ben benieuwd naar je mening!
Je emailadres wordt niet getoond. Je kunt je reactie altijd weer laten verwijderen via de contactbutton onderaan de pagina.
Klik op de afbeelding voor volledige weergave.
© Rein Menke gemaakt met AI
Schrijf je in en blijf op de hoogte van nieuwe blogposts!
Reactie plaatsen
Reacties
Hier nog een 60+ schrijver (zonder prostaat) die de aftakeling die je hier zeer gevat omschrijft, heel erg herkent.
Hoi Inge, bedankt voor je reactie. Ik zou haast zeggen: wees paar blij dat je er geen hebt, maar de ellende die mannen hebben met zo'n ding is denk ik niks vergeleken met die van jullie vrouwen. Zo'n 40 x 12 periodes, moet er niet aan denken...